november 21, 2009

Woorden en zinnen uit jouw mond spreken 1 voor 1 in mijn hoofd. Beelden spelen als een film af. Moeilijke momenten van ons tweeën worden in slow motion afgespeeld. Ik ben leeg. Elk hapje blijft in mijn keel steken. Amper krijg ik het door mijn keel. Het enige dat vloeiend naar binnen gaat is drinkwaren. Mijn hoofd gonst van het nadenken. Mijn lijf en geest zijn uitgeput. Omgeslagen als een blad. Elk moment, dat er niks is, ben ik afwezig. Bij elk gesprek, bij elke zin die ik typ. Ik zag je vanavond, levensecht, en zoals je was. Op een groot wit scherm. Ik zou vanavond een filmpje met een vriendin gaan kijken, en we vonden een cd-rom, van de bruiloft van jouw beste vriend, mijn toekomstige zwager, en mijn zus. Alsof het van binnen nog niet stil genoeg was, leek er zelfs even geen bloed meer te stromen. Niemand heeft het echt gezien volgens mij, want voordat het beeld lichter werd, heb ik het uitgezet. Ik wilde je dolgraag zien, maar ik kon het niet aan. Mijn hart stond even stil, mijn adem stokte en mijn ogen voelde ik vochtig worden. Ik zou gewoon zo graag mijn hoofd weer tegen je aan willen leggen. Dat jij je armen weer om mij heen slaat en me een kus geeft.. De gedachte dat ik in je armen lig geeft me tranen. De herinnering aan onze uit stapjes laat mijn keel dik worden waardoor ik er geen hap doorheen krijg bijna. Ik mis jou zo.. Mis jij mij ook? Of denk je niet eens meer aan me. Ben ik inmiddels oud-verdriet geworden? Of denk je nog steeds aan me, op momenten dat de jongens aan het ouwehoeren zijn ergens over. Mis je misschien het contact? Of weet jij het ook niet.. Mijn hoofd is leeg, en ik doe nu al een half uur over dit kleine stukje. Ik ben leeg, ik ben op. Je wordt heel erg gemist, en er wordt ontzettend veel van je gehouden. ‘Kleintje’ is moe. Ik sluit mijn ogen en daar sta jij. Met je lieve leuke lach, met je glanzende ogen en je zelfverzekerde houding. Precies zoals je was. Slaap lekker lief, ik hoop dat het jou beter vergaat dan bij mij. Ik hoop, dat je leuke feestdagen hebt. Ik hoop.. Op een ‘tot ziens’.

Kwijt.

november 21, 2009

Het woord spookt door mijn hoofd. In zinsverband vernietigd het mijn hart. Mijn hart waarvan al zo weinig over was gebleven. Gevuld met een leegheid die niet meer te vullen is. Simpelweg niets meer dan lucht als inhoud. Ik ben alles kwijt wat betreft het beste wat me over komen was iets meer dan een half jaar geleden. Degene waar ik het meeste om gaf op deze hele aardbol, ben ik kwijt. Ik durf niets, bang voor elke stap. Overweeg alles tig keer en kruip in mekaar bij elk geluid. Mijn gedachten zijn gevangen door een pijnlijke herinnering en ik kan er maar niet aan wennen. Mijn hart was al niet meer van mij, en nu zal ik het niet meer terug zien ook niet. Mijn keel doet zeer, omdat ik niet wil huilen. Mijn hoofd bonkt van het gevecht van binnen en mijn lijf is moe, om alle littekens te genezen. Mijn gevoel is opgesloten en mijn verstand wordt getergd door mijn acteer-gedrag. Ik ben niet meer wie ik was, maar het gaat altijd goed. Ik laat op hooguit 2 personen na, zien hoe ik me voel. En zelfs dan durf ik het nog niet. Misschien weet je het wel. Maar ze wil jou niet zien, totdat ik er weer een beetje bovenop ben. Mijn ogen zijn rood van het huilen. Goddomme en de feestdagen moeten nog komen.. Ik weet niet waarom ik nog over je droom, ik weet niet waarom je nog zo in mijn hoofd zit. Misschien omdat het voor mijn gevoel nooit uit is gegaan. Vind ik het daarom zo moeilijk? Mijn hart gaat nog steeds sneller kloppen als je mijn gedachten via liedjes weer binnensluipt. Nog steeds, ook al is het voor mijn gevoel onmogelijk, vind ik hoop dat we weer bij elkaar terug komen, en waar ik het vandaan haal, ik weet het niet. Want volgens mij, kom ik jou niet meer tegen. Ergens diep van binnen voelt het wel zo. Maar dat is in het kleine overgebleven hart weggestopt. Ik weet niet waar ik nu nog van op aan kan. Ik weet niet aan wie ik wat nog heb. Waarom.. Wanneer.. Hoe.. Wat.. Waar.. Ik mis je. En niemand begrijpt hoeveel. En niemand zal mijn situatie ooit begrijpen. Tenzij diegene er zelf ook inzit. Ik mis je.. Elke dag weer. Ik ben je kwijt, maar jij mij niet. Waarom zo, en niet anders.. :(

november 19, 2009

Beter dit dan dat. Beter zo dan anders. Liever alles dan niks.

Beter dat dan dit. Beter anders dan zo. Liever niks dan alles.

 

Diep van binnen schrijdt het verdriet,

over brandnetelpaden.

Een ander deprimerend bericht,

verzonden naar haar hoofd.

Wat eerst nog als een zoet snoepje smaakte,

lijkt nu  niet langer meer voor haar.

De zure appel was groter dan haar verbeelding,

en scherper dan de heetste kruiden.

De leegheid in een ziel,

samen met de eenzaamheid,

laat haar dag aan dag een beetje sterven.

Hij was de wereld, en de wereld is weg.

Onder haar voeten weggeduwd,

zij opgesloten achtergebleven.

Een traan doorsnijdt de weelde,

een herinnering verbreekt het ijs.

Als een scherp zwaard,

door haar schild.

De kou wint zijn plek in haar hart,

de warmte kwijnt langzaam weg.

Vragen met wanneer en waarom,

maar geen antwoord.

Verdriet en gespeelde blijdschap.

 

Ik voel liever verdriet, dan achteloosheid. Ik voel liever pijn, dan helemaal niks. Beter een leven met jou, dan een leven zonder. I can’t close this chapter. I can’t leave it behind. Even though people say so easily to do this and that. To do it like that en feel it like this. Try to imagine, if you can’t, then just shut up. Let everybody handle it their way. Not yours.

Raar.

november 18, 2009

Vanmiddag was raar. Ik kwam thuis, en er was niemand. Wat ik eigenlijk best prettig vindt. Maar wat raar was, was mijn gevoel dat ik kreeg in de bus op weg naar huis. Ik voelde iets, wat ik een hele lange tijd niet had gehad. Ik voelde zenuwen, haast, optimisme en spanning. Onderweg naar huis kwam dat gevoel steeds meer. En thuis, was het helemaal verschrikkelijk. Ik had het gevoel dat hij elk moment kon komen. Dat alles gewoon was zoals het was. Ik dacht af en toe zelfs een auto achterom horen komen. Wat natuurlijk helemaal niet zo was. Het gevoel dat mijn telefoon af ging, of dat ik elk moment een smsje van je zou krijgen was er ook. Alles was er wat ik toen ook had met jou. Alleen was er 1 ding dat ontbrak. Hij. Ze vertelde het zich steeds, en de gemengde gevoelens stapelde zich op. Haar gevoel wachtte op hem, haar verstand probeerde erin te spijkeren dat het toch niet zo was. Probeerde haar wakker te maken. Ze wist het, en ze wist het niet. Ze voelde het, ze voelde het niet. Diep van binnen voelde ze je zo dichtbij, bijna tastbaar. Haar mp4 draaide nog muziek af en alsof het zo hoorde, kwam het liedje Still Here, van Stereo. Dat nummer zette me stil. De zangeres zong de dingen die op dat moment zo waren. Pijnlijk, hard, moeilijk. Maar het liedje is mooi en bijzonder, omdat het bijna alles verteld wat ze voelt. En afvraagt. Het was een rare dag, een raar gevoel, maar wel het gevoel, voor hem. Ik wacht op je, ook al zijn er mensen die dat niet willen. Ik wacht op je.

Geen titel.

november 15, 2009

Woorden kunnen niet vertalen wat ik voel. Liedjes kunnen niet precies vertellen wat er door me heen gaat. Ik kan zelf amper dat gevoel uitleggen, alleen met een voorbeeldje. Een vriendin van mij, die ik een poos niet gezien had, zag het meteen. “Je denkt aan hem he? Niet nu, maar nog steeds.” Ik heb haar een beetje verbaasd aangegaapt. Ik had het haar wel verteld, maar het laatste nieuws dat ze hoorde van mij was dat het goed ging. Ik heb een verbaasd antwoord zoiets als: “Eh, ja.. Beetje wel ja.. Hoezo?” “Nou.. Het is waar wat je vrienden zeggen, deels, maar zij snappen het niet, en ik ook niet helemaal precies. Maar ik wil het wel heel graag snappen. Ik wil me inleven in jouw situatie, omdat ik het toch wel heel erg zwaar klote voor je vindt..” Een gevoel van een soort blijdschap kroop door me heen en ik had de tranen bijna in mijn ogen. Iemand van haar leeftijd, iets jonger, wilde de tijd nemen om het te snappen. Zij had het ook moeilijk gehad toen het uitging tussen haar en haar ex. Maar ze had er minder moeite mee, omdat het niet lekker liep. En ze snapte dat het moeilijk was, maar dat ik er nu nog mee zou zitten, vond ze ook wel lang duren. Ze wil het snappen, ze wil weten hoe ik me voel, en me daardoor helpen wat ik heel erg waardeer van haar. Ik weet zelf ook dat het nu wel lang gaat duren, maar ik kan de herinneringen, dromen, en plotselinge fantasieën in mijn dagdromen maar niet tegenhouden. Bij het beeld van leeftijdsgenoten die met een vriend(in) lopen, voel ik een enorme leegte. En die leegte lijkt zich steeds meer te vullen soms. Misschien begrijpt iemand hoe het voelt, maar misschien heeft iemand wel weer zoiets van; Nou.. ik ken dat niet hoor. Ik zou zeggen, wees daar blij mee. Ik wou dat ik me niet zo leeg voelde. Ik voel me vol van binnen na een droom, waarvan ik je weer zal zien. En ik voel me leeglopen naarmate de dag vordert en mijn droom verscheurd wordt. Ik denk aan je, en soms niet eens bewust. Pas, schrok ik er zelf van. Ik zei tegen een vriend jouw naam, en het raakte me diep. Hij keek wel om, omdat hij gewoon zijn afkorting dacht te horen. Ik heb de hele dag maar een beetje suf en dwaas voor me uit zitten staren daarna. Het bracht me een herinnering aan een keer dat ik met de jongens aan het afruimen was, en ik tegen een van hun “Bert” zei. Toen voelde ik precies hetzelfde. Het vlammetje, waar de dominee toen mooi over sprak, dat kampvuurtje dat wij hadden opgebouwd, ging uit, maar zou blijven gloeien. Het zou nooit helemaal uit gaan zei hij. Maar nu moest ik verder, en ik kwam misschien later wel weer terug en dan zou ons kampvuurtje weer gaan branden. Natuurlijk kon hij dat niet met zekerheid zeggen, vervolgde hij. Maar hij wist wel, dat het einde hiervan nog niet in zicht was. Dat kon je van zijn gezicht aflezen. Stiekem hoop ik dat hij gelijk heeft. Stiekem hoop ik hem later weer tegen te komen, en als mijn vader dan begint te sputteren dat ik dan wel mijn mond open trek. Dat hij de man niet uitkiest om gelukkig mee te zijn, maar dat ik de man kies met wie ik gelukkig ben. En als die toevallig wat ouder is, het niet hun probleem is. Dat als ik gelukkig met hem was, en van hem hield, en hij van mij, dat het dan zo was. Je kunt iets niet goedmaken voor jezelf omdat je bang bent voor iets, als het tegen het hart van de ander in gaat. Ongeveer zo zei hij dat. Ik weet dat er een gesprek komt binnenkort. En daar ben ik best wel bang voor. Waarschijnlijk ga ik huilen, en vergeet ik alle woorden. Ik ben wel van plan om ze op te schrijven waar ik het over wil hebben, maar ik denk niet dat ik de ballen heb om ze ook werkelijk te vertellen. In mijn hoofd weet ik wel hoe en wat ik wil zeggen, maar als puntje bij paaltje komt, en hij over me heen buldert, rent mijn sterke, niet bange, moedige, dappere, what-ever-ik weg als een jankende hond met haar staart tussen dr poten. Misschien ben ik wel bang, maar moet ik mij niet laten intimideren door hem. Makkelijk gezegd, maar moeilijk gedaan. Hij zei wel het een en ander over mijn lief, maar zelf is hij nog erger. Maar dat mag je niet tegen hem zeggen. Ik weet waar het onderwerp vooral over gaat, en aan een kant maakt me dat heel kwaad. Aan de andere kant ook heel kwetsbaar. Ik hoef alleen maar zijn naam te zeggen en ik voel een roering in mijn gevoelens en in mijn hart. Iemand anders hoeft zijn naam maar te zeggen en een golf van warmte gaat door me heen en ik weet niet waar ik de tranen verstoppen moet. Diep van binnen, weet ik dat de hoop, dat we elkaar weer tegenkomen erg groot is. Maar de andere kant van diep van binnen weet ook dat de kans bestaat dat er misschien niet eens een elkaar-tegenkomen is. Het is net zoals in sommige liedjes. Bijv. Die van Acda en de Munnik – Oud verdriet. Grote delen kloppen. De zinnetjes; “.. Ik kom pas als je liggen gaat, je klaar bent voor de nacht. Ik kom in beelden in fragmenten, hard in eens, en onverwacht. … Ik kom zodra je even denkt, ik heb er vrede mee.  … Ik kom soms midden in het lachen, dat zo overgaat in huilen. Het zijn precies dezelfde tranen, die alleen maar van hun namen ruilen.” Ze kloppen. Bij mij in ieder geval. Vaak is het ’s nachts dat je mijn gedachten in sluipt. En inderdaad als ik net denk en het gevoel heb dat ik verder kan gaan kom je dubbel zo hard aan. En zelfs tijden het lachen kan ik soms wel ineens gaan huilen. Ik verdring het, maar dan komt het gevoel van pijn. Een kwetsend gevoel, pijnlijke woordenwisselingen en afschuwelijke beelden. De leegte die jij vulde, met 1 blik, was overweldigend voor mij. De leegte die jij vulde met een knuffel of een lieve zin, was immens. Je hebt het veroverd, en je hebt het nog steeds. Misschien wel zonder dat je het weet. Lief.. Ik mis de blik, die mij kracht gaf. Ik mis de woorden, die je fluisterde om mijn verdriet weg te laten varen. Ik mis jouw vriendschap, en ik mis je luisterend-oor. Ik mis jouw familie, en ik mis jouw autootje dat achterom scheurt. Ik mis je stem die me warm maakte van binnen. Ik mis de persoon, die mij op een of andere manier mezelf liet zijn. Ik mis je, lieve vriend.

Wat leuzen..

november 14, 2009

“.. The road ahead never gives away a promise
The road ahead is a highway or a dead-end street
The road ahead never answers any questions
And nothing is sure along the way
Not even tomorrow
With miles of the unknown ahead of you..”


“And I knew it from the start
So my arms are open wide
Your head is on my stomach
And we’re trying so hard not to fall asleep
Here we are
On this 18th floor balcony.
We’re both flying away.”


“You’re the home my heart searched for so long
And it is you I have loved all along.”


“You’re my everlasting friend.
Everlasting friend.”


“Hate me today
Hate me tomorrow
Hate me for all the things I didn’t do for you..”


“I just can’t stop loving you
I just can’t stop loving you
And if I stop…
Then tell me just what will I do..”


“… Bijna niet te geloven,
dat het leven toch zo mooi zou kunnen zijn
Een traan doorsnijdt de weelde
Verdriet dat even buitenspeelde
Drink ik snel naar binnen
Zoals liedjes soms beginnen.”


“… Als ik weer wakker word in diepe nacht
En weer de droom de dag niet heeft verzacht
Kijk ik in halfslaap stiekem toch opzij
En denk je hier bij mij
.”

 

Vandaag ben ik gaan lopen
Ik heb de meningen geteld
En heb bedacht dat het niets uit maakt
Ook als men het niks vind,
Wordt zelfs dat nog als een mening je verteld..

Manesje van alles.

november 12, 2009

Ik wil zingen, dansen, gek doen, verkleden in mijn pietenpak, gekke bekken trekken, mezelf weer even een beetje mooi en lelijk maken, foto’s daarvan maken, en ja.. Dan is het stil. Dan heb ik de foto’s, om mezelf te plezieren met mijn stommigheid. Mezelf voor lul zetten op hyves. Maar voor wie.. Ik kan niet meer met die persoon er smakelijk om lachen. Je zal niet vragen of je ze mag zien en je zal me ook niet smsen of het lelijk maken gelukt is, omdat het volgens jou nooit kon. Ik wil zoveel, maar in al die dingen mis ik jou weer. Komen alle vragen weer naar boven, en probeer ik ze tegelijkertijd weer te vermijden en door te gaan. Of iets anders te gaan doen. Goed toch? Zou je zeggen.. Misschien niet. Omdat je het dan wegstopt, opkropt en het later misschien terug krijg. En toch wel, omdat het leven ook doorgaat, en je niet voor altijd veilig in een hokje kan wachten tot het gevoel weer voorbij is. Ik probeer me te focussen op de leuke dingen in het leven, maar toch denk ik weer aan jou. Aan hoe het met jou was, of geweest had kunnen zijn. Anderen kunnen makkelijk zeggen, laat het los.. Denk er niet meer aan. Alsof ik het bewust doe. Of ik even inplan, dat ik op dat moment die en die herinnering van toen en daar wil hebben. En alsof het nog niet genoeg is, dat ik mezelf op rit moet krijgen, komt er nog een gesprek bij. Ja, weer een gesprekje. En raad eens waarover. Joh.. Moeilijk heh. Juist. Ik weet in grote lijnen al hoe het zal gaan. Of ik barst in huilen uit, of ik wordt kwaad en ik sla de spijker nijdig op zijn kop. Ik denk een mix. Net als je denkt, er vanaf te zijn, niet meer; “Zegge, ik wil even met je praten.” “We moeten even praten.” Aangekondigd van hoe of wat heeft hij nog niet gedaan. Maar hoe weet je het dan? Omdat hij met iedereen wil praten. En tegen mijn broer heeft gezegd waar hij het met iedereen over ging hebben. Die nog thuis woont. 1 Ding had mijn broer heel goed gezegd; “Ik denk, dat als ze achttien is, ze het huis uit gaat. Zoals het er nu voor staat, ben ik daar wel zeker van.” Sterker nog, ik kijk al naar leuke plekjes, kamers in de buurt van school, of woongelegenheden die ik eigenlijk nog lange niet zal kunnen betalen. Een hele stap. Toch wil ik met min. anderhalf jaar het huis uit zijn. Leuke planning, mooie droom, en leuk gezegd. Of ik het red, weet ik niet. Ik ben druk bezig met informatie opvragen van hoe of wat en uitdokteren wat ik moet verdienen, hoeveel ik moet werken, hoe het zit met studiefinanciering, hoe ik school zal betalen, of mijn ouders moeten dat blijven doen, wat ik wel heel erg hoop. Ik denk, dat als ik het huis uit ben, er een hoop gaat veranderen. Ten eerste, mijn broer hoef ik niet meer te zien. 1 Van de oudste. Hij geeft niet toe dat hij fout zit, terwijl hij dat dondersgoed weet. Maar toch schijnheilig en koppig doen dat ik er maar aan moeten wennen dat niets vanzelf gaat. Weet ik, oetlul. Ten tweede, ik zal in de eerste periode dat ik alleen ben, niet veel contact met thuis zoeken. Waarschijnlijk wel met mijn broers die nog thuiswonen, en met mijn zus. Maar die ander, daar hoef ik niks meer van te weten. Ik wordt nog pissig. Bah. Maarja.. Dat is wat ik wil doen. Klinkt gek, klinkt allemaal groot, en dat is het ook voor mij. Maar het zal voor mij een stap naar vrijheid zijn, een les voor mijn ouders, en een wijze raad voor degene die een dergelijke situatie meemaken. Wat ik nu ook snap, is hoe mishandelde kinderen zich voelen. Niet dat ik mishandeld wordt! Maar, bijv. zij worden geslagen, toch nemen ze het op voor hun ouders. Omdat ze van hun houden. Ik kende ook ooit een onbegrensde liefde voor mijn ouders. Heel verrassend, is dat nu heel veel minder. Toch blijf ik, ondanks dat ze mij zoveel pijn aangedaan hebben en me zo diep gekwetst hebben, ze toch nog een beetje beschermen. Gek genoeg, moest ik daaraan denken, en snap ik deels wat zo’n kind door maakt. Alleen het gedeelte van bescherming. Ik heb er geen twijfels over dat het altijd zo zal blijven, maar zoals het was, zal het nooit meer worden. Ik zal nooit vergeten wat zij me hebben aangedaan, en wat zij hem hebben aangedaan. En weet je, als mijn vader zal vragen, en mij zou vragen om eerlijkheid, of ik met hem verder wil, zal ik er geen doekjes om binden. De waarheid is hard, en kan soms zeer pijnlijk zijn. Wij (als gezin) hebben het altijd met mededelingen moeten doen. Nooit een lekker en vlot gesprek zoals andere kinderen met hun ouders hebben. (sorry als ik hun/hen weer fout heb..:oops: ) De laatste tijd geef ik wat meer steken onder water. Wil ik duidelijk mijn mening laten horen, mijn smaak en argumenten. En zelfs als ik iets leuk vindt, en ik laat het zien wat ik bij elkaar gezocht heb, krijg ik te horen dat het niet mooi zit, de kleuren niet bij me passen, en ik eens wat meer kleurrijke kleding moet gaan dragen. Dat vindt ik jammer. Zeker omdat ik niet veel leuks tussen de mode van deze winter vind zitten. Ik heb wel leuke dingen, maar dan mag het weer niet. Te duur, niet mooi, slechte kwaliteit, te wijd, te kort, te lang, past niet bij je. Motiverend. Eerder deprimerend. Dankjewel. Ik snap dat je sommige dingen goed bedoeld, maar als ik het nou leuk vindt.. Zij hoeft het niet aan, ik ben toch degene die ermee loopt? Je zei zelf dat je vroeger ook zulke kleding hebt gehad, waarom mag ik het niet dragen dan? :( Komtie weer: Ik mis je. Ik had graag met jou willen shoppen, of lekker bankhangen. Aan je denken, en weten dat ik je op kon zoeken. We hadden kunnen lunchen. Dat ik bij jou misschien wel sinterklaas had gevierd. Ik ben 5 dec. zwarte piet. En toen ik met mijn pruik bezig was, schoot me ineens iets te binnen. Ik begon er als een verlegen meisje van te blozen zo leuk vond ik het idee. Alleen het idee, want uitvoeren durf ik niet en wil ik je niet aan doen. Het idee dat me te binnen schoot, is niet zo goed. Ik zag namelijk dingen die ik niet had moeten zien. Dromen. Maar goed, het idee was dat ik een smsje zou sturen, of een zwart pietje een braaf jongetje een handje pepernoten mocht brengen. En tadaaaa ik droom lekker door. Het idee blijft helaas wel in mijn hoofd hangen.. Maar doen zal ik het niet. Ik blijf wel dromen. Dromen mag, dat zei mijn dominee zelf ook, zolang ik maar rekening met mezelf houd en om mezelf denk. Maar goed, lief, ik weet dat Sinterklaasavond misschien wel een zware avond voor je wordt, en ik wens je alle sterkte en heel veel liefs. Tot in dromenland.. Ook al is het niet verstandig. Byebye.

Leren.

november 11, 2009

“Vertel mij nog eens vanaf het begin wat er allemaal gebeurt is.” “Ja.. Ik weet niet zo goed waar ik moet beginnen..” “Begin maar ergens, begin maar ergens waarvan jij denkt dat je moet beginnen om het verhaal te vertellen.” Hakkelend en struikelend over mijn woorden vertelde ik slordig het verhaal. “Hmm.. Juist ja. Ik zie aan je dat dit heel heel diep zit.” “Klopt..” “Wil je nog een keer herhalen wat je broer zei?” “Liever niet meneer.” “Oke.. Maakt niet uit, ik snap je wel.” “Weet u dat zeker meneer?” “Ja. Ik ken meerdere mensen zoals jij. En ik heb meerdere gesprekken hierover gehad.” “Oke.. Ik denk niet zoals mij, want we zijn allemaal uniek, toch?” “Haha, ja dat klopt. Maar goed. Wat ik even wil zeggen is dit.. Je moet nu om jezelf gaan denken meisje. Je bent jong, in de bloei van je leven, en je moet genieten van deze tijd! Dat meen ik serieus. Ga gezellig uit met vrienden.”"Dat zou ik graag willen, meneer. Maar dat mag niet.” “Hoe bedoel je..” “Ik mag niet meer uit van mijn ouders. Ze vertrouwen mij niet meneer.” “Weetje, meisje, waar jouw ouders zich eigenlijk zorgen om moeten maken, is dat als je uitgaat, je om twee uur nog niet thuis bent. Ze moeten je echt wel vertrouwen, zo gaat het niet goed.” “Dat weet ik meneer. Vertelt u het ze maar. Ze geloven mij toch niet.” “Dan zou ik graag ook met je ouders willen praten, als je dat tenminste goed vindt. Denk daar maar over na als je wilt.” “Zal ik doen meneer, maar ik blijf erbij, dat ik niet wil dat iemand, op mijn zus na, weet dat ik met u gepraat heb.” “Dat weet ik, dat heeft je zus me duidelijk vertelt. En dat doe ik ook echt niet. Alles blijft tussen ons.” “Dat vind ik fijn meneer.”

 

Flarden van een gesprek dat ik met iemand gevoerd heb. Ik loop gigantisch vast. Mijn gezondheid gaat achteruit, dat merk ik zelf ook wel. En wat die meneer ook zei, wat ik hier niet vermeld heb, is dat het mij van binnenuit opvreet. En dat is te zien. Hij vroeg mij hoeveel ik af was gevallen. Ik vertelde hem dat het zeker 5 à 6 kilo was. Aan zijn ogen te zien, schrok hij, maar liet het niet merken. Ik moest nu leren om aan mezelf te denken. Ik moet mezelf ontwikkelen tot de vrouw die ik worden moet. Tot de vrouw, die sterk in haar schoenen staat, ook emotioneel. Het feit dat we zoveel verschilde maakte hem weinig, hij zei dat als een van zijn dochter met iemand van tien jaar thuis kwam hij het niet erg vond, maar het moment, waarop zou hij wel betwisten. Ik vertelde hem dat we er heel veel over gepraat hebben, en welke mogelijkheden we hadden, en wat er eventueel kon gebeuren. We hadden overal over nagedacht. En dat vond hij verrassend. Hij had geen twijfels over de liefde, en hij had ook geen twijfels over de persoon waar ik mijn hart aan verloor. Wel had hij twijfels over mij. Ik ben geen meisje, geen kind, en ook geen vrouw. Ik denk als een vrouw, heb de leeftijd van een puber, en het gedrag van een volwassene. “Denk je wel eens aan samenwonen, LL? Ik wil een eerlijk antwoord, ook al hoef ik dat er niet bij te zeggen.” “Als ik heel eerlijk moet zijn, zal ik niet zeggen dat ik er niet over gedacht heb. Integendeel. Ik dacht er aan. Ik had het stiekem zelfs gewild.” “Ik vind het fijn dat je het zo zegt LL. Weet je ook hoe het komt dat je zo denkt?” “Ja hoor.. Ik ben de jongste uit een gezin van 6. 2 Zijn er getrouwd, en 1 heeft een gezin. Niet zo gek om jezelf dan ook al te zien zitten.” “Dat heb je heel goed. Wat ik wil, is dat je even stilstaat bij je zus en je zwager. Want met je broer heb je niet zoveel, toch?” “Liever niks meer.” “Denk eens even aan je zus. Die is gelukkig met haar man, en haar kind. Hoe oud was ze, toen ze zo’n relatie begon?” “Ik geloof 19/20.” “Precies, en jij bent wat jonger nog. Lieve meid, als jullie twee voor elkaar bestemt zijn, komen jullie echt weer bij elkaar, hoe je het wend of keert, hoe iemand het ook tegenwerkt. Als het zo is, is het zo. Basta. Houd dat in je achterhoofd, maar leer nu om jezelf te denken. Zo gaat het niet goed. Zelfs ik zie je wegzakken. En zo vaak zie ik je niet.” “Hmja.. Oke.” “Beloof je me dat? En wil je me ook beloven, dat als je nog ergens over wilt praten, of je weer wegzakt, je me mailt of belt ? En dan komt er nog bij, wil je erover nadenken dat ik met je ouders ga praten? Want dat is wel nodig denk ik hoor meisje..” “Ja, is goed. Ik zal erover nadenken..” “Oke, hey, sterkte meid, je komt er echt wel. Het komt allemaal goed.” “Ik hoop het meneer. Bedankt, en tot volgende week.” “Joe, doeg!” Ja.. Tot volgende week. Hij is mijn dominee. Tevens catechisatie-begeleider, en een man met een groot hart. Mijn hele hoofd ligt overhoop, en tot overmaat van ramp slungelt mijn schoolwerk er aan een zijde draadje bij. Zin om het op te pakken heb ik niet. Ik ben dood moe, maar ik kan niet slapen. Mijn hoofd zit vol. Vol met het gesprek, vol met hem, vol met school.. Propvol. Ik moet leren, leren voor mezelf te kiezen nu. Ook al weet ik niet hoe. Hoe moeilijk ik het ook kan geloven, ik moet leren geloven, dat het uiteindelijk goed komt.

5 December.

november 10, 2009

5 December. Dat is de datum dat heel Nederland in rep en roer is. Dat alle kinderen 1 week van te voren hun schoentje voor de haard zetten. Dat alle ouders hun best doen om alle cadeautjes zo goed mogelijk te verstoppen zodat hun nieuwsgierige en goedgelovige kinderen het niet zullen vinden. Wanneer Sinterklaas zijn intrede doet en op 5 december zijn verjaardag viert door alle kinderen cadeautjes te geven. Als alle kindertjes iedereen bij elkaar brengt, om voor de haard liedjes te gaan zingen. Wanneer jong en oud samen zingen over pakjesavond. De avond, dat iedereen de hectische periode van dichten, inpakken, shoppen, shoppen, shoppen en shit nog steeds niks gevonden, dichten, inpakken, nog meer dichten omdat je diegene toch wel even terug wilt pakken van vorig jaar, en nog maar weer wat onnozels inpakken, weer doet vergeten. De tijd van surprises en pepernoten, schuimpjes en tumtummetjes, taaitaai poppen en grote chocoladeletters. De tijd wanneer een marsepeine varken op de schalen voor de etalages gelegd worden, en de marsepeine mooie dames liggen te bakken in het warme licht van de lamp. Wanneer marsepeine appeltjes glimmen door het verpakte doorzichtig inpakpapier. De avond dat er gelachen wordt en met zoveel voldoening naar de kinderen wordt gekeken oe blij ze zijn met hun cadeautjes. Hoe het toneelspel van Sinterklaas en zijn Pieten wordt gespeeld door familie of bekende. Als je ouder wordt, kom je erachter dat Sinterklaas niet meer leeft, en je eigenlijk in een gedachte geloofde. Je allerlei andere versies van sinterklaasliedjes hoort, en wanneer de gedichten die altijd toch wel erg persoonlijk gericht waren, niet uit het grote rode boek komen, maar uit het koppie van degene die jouw lootje getrokken heeft.

Jaja..   5 December wordt een donkere dag in onze geschiedenis. Maar die zich elk jaar herhaalt.. Sinterklaasje en zijn leger pieten terroriseren weer alle daken van Nederland en alle hulppieten worden opgebla.. ehh opgeroepen, om te helpen, in dorpen, steden en huiskamers. Het wordt een donkere dag in December die ontzetten veel gezelligheid met zich meebrengt. De dag van negerzoenen, blije gezichten, gespannen gezichten, zenuwachtige gezichten, wraakzuchtige (in de humoristische zin) gezichten, en zure gezichten van vieze surprises zoals fijngemalen ontbijtkoek met water en stroop erdoorheen. Lekker plakkerig en vies. Een poepluchtje uit een fopwinkel eroverheen spuiten en klaar is je bakkie stront. Natuurlijk niet de fopcadeautjes vergeten, en de echte cadeautjes ergens buiten verstoppen en dat ze daar achter komen door een geplastificeerd briefje te lezen waar opstaat dat ze er flink tussen zijn genomen. Eerst lekker graaien, en daarna erachter komen dat dat helemaal niet gehoeven had.. Nouja, toch wel, anders lagen die cadeautjes ook maar buiten. Zielig, in de kou. Zonder warme jutezak om zich heen, en het gezelschap van alle liedjes die ze toegezongen worden. Ik piep em voor 5 December. Waarom? Omdat ik me dan zwart verkleed, mijn pietenpak aantrek, en mij een geheel ander personage aan ga meten. Wat voor personage dan? Hoor ik je denken. Nou, die van een zwartepietenmeisje zo vrolijk, die geniet van alle gezichten van plezier, de bange glunderende gezichten van kleine kinderen die oog in oog staan met een hulppietje van de Sint! Waar het hulppietje het meeste van geniet, is dat de mensen genieten van haar toneelspel. Dat de mensen plezier hebben om het entertainment. Daar ga ik voor. Voor die gezichten. Wij vieren dit jaar geen sinterklaas. En op zich, heb ik daar helemaal geen problemen mee. Laat mij die piet maar spelen, laat mij maar lekker met die kinderen liedjes zingen, verhalen vertellen, cadeautjes geven en genieten van die vrolijke gezichten. Laat mij dat snoepgoed maar strooien. Dan ben ik helemaal tevreden. :)

Toch maar weer.

november 9, 2009

Toch maar weer even. Omdat ik mezelf hier op zit te vreten en jij elke keer in mijn hoofd schiet met jouw woorden. Houd je rustig meis, schop nou geen stennis thuis. Je wilde dat ik rustig bleef.. Je wilde niet dat ik meer zou verliezen dan wat ik al verloren had. Denk ik in ieder geval. Mja.. Ik ben rustig gebleven. Maar.. Ben jij soms iets van plan? Of weet je gewoon, dat ik op een gegeven moment uit mijn vel spring? En dat ik dan iedereen vertel wat ik ervan vindt. Gatverdamme, alles met jou was zoveel fijner. Dat je naar me luisterde en me knuffelde. Toch moet ik het weer even zeggen.. Je raakt mij nooit kwijt lief. Je zal mij nooit van je levensdagen kwijtraken. Je bent voor mij nog steeds de enige. En weetje.. Ik denk zelfs, dat ik nooit meer zo verliefd en van iemand zal houden, als dat ik van jou deed.

 

Maar goed,vanavond was weer de avond van 1 keer in de 6/7 weken. Ik heb zo’n zin om hem wat aan te doen. Zeker nu ik weet wat hij nu weer gezegd heeft. Het wordt warm onder mijn voeten. Ik kook van binnen. Zo’n zin heb ik om te zeggen wat je in werkelijkheid bent met je vrouw. Niks. Je bent helemaal niks. Je bent een loser eerste klas, spreekt uit zelfbedachte ervaring. Ik zal niet zeggen dat ik je haat, maar je komt aardig in de buurt. Het liefste, was ik al opgestapt. Als ik het geld had, was ik al vertrokken. Had ik mijn smoel opengetrokken tegen iedereen. Zeker tegen 2 mensen. Degene waar ik het nu over heb, en de oudste van het stel. Niet oma, nee, die daaronder. Ik kan niet wachten op de dag dat ik ze de waarheid zal vertellen. Ik kan niet wachten om hun koppen te zien, en ik kan ook niet wachten, om daarna weg te gaan en dan voor een lange tijd niet meer terug te keren. In mijn eigen appartementje zitten, en daar lekker leven, zonder dat gezeik, controle, en dat wantrouwige gedoe. Niet meer te horen krijgen dat ik es moet stoppen met in een hoekje zitten. Zit ik in een hoekje weg te snikken? Nee. Ik doe van alles en nog wat, maar er wordt niks gezegd. Ik ben druk druk druk in de weer, maar nee, ik zit in een hoekje. Tuurlijk heb ik mijn momenten dat ik gewoon alleen wil zijn en geen behoefte heb aan de aandacht van familie om me heen. Ook al heb ik dat vaker dan eerst. Ik heb daar recht op vindt ik. 2 Maanden zonder contact met de buitenwereld, en het verbieden om iemand te zien, waarvan ze weten dat wij echt van elkaar hielden, vindt ik het toch wel mogen om mijn privacy te hebben. Of ben ik nou brutaal? Denk het niet. Ik kom op voor mijn rechten die jullie me ontnomen hebben. Jullie ontnemen mij m’n jeugd. Heel dramatisch gezegd, maar wie sluit zijn puber nou af van de buitenwereld?? Dan heeft een puber zijn vrienden juist nodig. Wil het zich ontwikkelen en losmaken van de ouders. Dat is de normale jeugd. Zo hoort het te gaan. En de ouders horen het kind daarin te supporten. Maarja.. Dat vindt je hier, in dit gezin, niet. Kinderen die zich los willen maken en zelfstandig willen worden omdat ze daar behoefte aan hebben, en normaal is met de ontwikkeling, worden hier vastgebonden en angstig vastgehouden.  Nou.. Straks breek ik los, en ben ik weg. LEKKER WEG!

 

Toedeloe!